Spring naar hoofd-inhoud

Naam

De oudste vermelding van Biervliet vinden we in een charter uit het jaar 984 waarin sprake is van de Fluvium Berverna. Waarschijnlijk is langs deze waterloop (inbraakgeul) de eerste bewoning geconcentreerd: Bierfletum (1075). De naam kan verwijzen naar een “bierkleurige waterloop”; het Germaanse bir of bier, betekent modder, mest. Ook is het mogelijk dat het voorvoegsel bier naar de diersoort bever verwijst.

Stadsrechten

Biervliet hoorde tot de Vier Ambachten,  meer speciaal tot het Ambacht Boekhoute. De grens met het Brugse Vrije lag net buiten de stad, aan de westzijde. Sinds 1102 hoorde Biervliet met de Vier Ambachten tot Rijks-Vlaanderen,een leen van het Heilige Roomse Rijk, maar de buurgemeente IJzendijke behoorde tot het Franse leen Kroon-Vlaanderen. Kerkelijk viel Biervliet onder het aartsbisdom Keulen (later aartsbisdom Utrecht) en IJzendijke onder het bisdom Doornik.

Biervliet kreeg al vóór 1183 stadsrechten en tolvrijstelling van de Vlaamse graaf Filips van de Elzas. Biervliet behoorde tot de reeks van havensteden die door de Vlaamse graven Diederik van de Elzas en Filips van de Elzas langs de Noordzeekust gesticht werden ter bevordering van het economische leven. Andere steden die tot deze reeks behoren, zijn Grevelingen, Mardijk, Duinkerke, Nieuwpoort en Damme.

Welvaart

In 1224 werd het stadsbestuur gereorganiseerd. Voortaan waren er twee burgemeesters en zeven schepenen. Er waren toen twee parochies en net buiten de stad lag het kasteel van de graaf van Vlaanderen. Biervliet was in de 13e eeuw een dynamische en bloeiende handels- en nijverheidsstad met visserij en verregaande moernering voor zout en brandstof. Ook zout- en lakenindustrie waren pijlers van welvaart. Jaar- en weekmarkten versterkten deze positie en ook het bezit van een goed bereikbare haven, droegen bij aan deze bloei. Biervliet was meer gericht op de stad Gent en behoorde daarom niet tot de Hanzegemeenschap onder leiding van Brugge.

Aan de oostkant van Biervliet lag een uitgebreid moer- of turfgebied, dat voor turf werd afgegraven. De stad was tot ca. 1400 een centrum van zoutindustrie. Het zout was uitstekend geschikt voor het haring kaken en werd gewonnen door het verbranden van het zouthoudend veen uit de moernering. Het weggraven van het zoute veen (moer) verzwakte de dijken, met ernstige doorbraken en overstromingen als gevolg. Door overstromingen in 1375 en 1404 kwam Biervliet op een eiland te liggen en aan de handel met Vlaanderen, uitgezonderd zout, kwam toen een einde.

Staats-Vlaanderen

In 1516 moest Biervliet haar zelfstandigheid prijs geven. Het eiland kwam er nog meer verlaten en desolaat bij te liggen. Van Pasen tot Pinksteren 1573 bezetten de Watergeuzen het gunstig gelegen Biervliet. In 1588 kwam Biervliet definitief onder staats gezag en werd het opgenomen in het Committimus: een unie met Axel en Terneuzen die bestuurd werd vanuit Middelburg. Tussen 1590 – 1604 werd in fasen binnen de oude middeleeuwse stad een fort aangelegd in de vorm van een onregelmatige vijfhoekige ster. In 1643 kreeg Biervliet een eigen magistraat. Burgemeester werd Magiel de la Palma. Binnen het fort bouwde men in 1660 de Hervormde kerk. Daarin kwamen drie gebrandschilderde ramen die worden toegeschreven aan de Middelburgse glazenier Cornelis van Barlaer. In 1688 werd het eiland verbonden met het vasteland door de indijking van de Groote Zuiddiepepolder. Effectiever was de westelijke aanhechting aan IJzendijke, in 1702.

Landbouw

Voortdurend, tot in 1907 toe, werden er nieuwe polders rond Biervliet aangelegd, waardoor het grondgebied toenam. Tot de Franse Tijd waren bijna alle landerijen in handen van Zeeuwse eigenaren; daarna gedeeltelijk in Vlaamse handen. Jacob Cats en zijn nazaten hieven tot 1794 de tienden over Biervliet. Tot die tijd was de Gentse roede als oppervlaktemaat in gebruik, terwijl in de rest van westelijk Staats-Vlaanderen de Brugse roede gebruikt werd. Tot de mechanisatie in de landbouw, was Biervliet een agrarisch dorp. Door de inpolderingen waren er verschillende landbouwhaventjes waarvan bij de dijkverzwaring in 1970 het laatste (de Paulinakaai) verloren ging.

Na 1940

De bevrijding door de Canadezen, van 8 tot en met 11 oktober 1944 eiste 64 burgerlevens. Bij de herindeling van 1 april 1970 ging Biervliet op in de nieuw gevormde gemeente Terneuzen